Sunday, August 31, 2008

Tulips and Tea


So now I have moved (temporarily) to Siberia, could have never thought that I would move from Amsterdam via Oradea, Uppsala, Forli to Novosibirsk.
Flashbacks, comparisons, memories and so many great people along the way.

A miracle and a picture of Dutch tulips gave me a great start here in the middle of the Russian Federation. One week ago I was welcomed at 5 am by Marina and Sasha, friends of the Russian couple from Moscow I sat next to in the airplane from Düsseldorf to Moscow. The picture of tulips on my desktop started the conversation which led to an incredible start of my life in Russia…
Have drunk lots of tea, green tea, my favourite, have spent hours in the Novosibirsk propka, traffic jam, next to Marina in her car, and have somehow gotten used to Russian eating habits and times, or rather the fact that there are no exact times for meal and that it is not unusual to start the day with smoked fish and potatoes.
In the meantime I am trying to stay floated when it comes to the Russian language, the odd (young) person that speaks English, or (older) person that speaks German is like having found a small deserted island where I can breath and concentrate less. But I am sure that Marina will not let me go before I speak Russian properly J
It is 25 degrees and the sun is shining, who told me Siberia is cold?!
Novosibirsk is big, nearly 2 million people and a ‘city of the future’ as someone commented here. I don’t have to miss anything when it comes to food, clothes or furniture, there is everything here, even Ikea has planted one of its blue-yellow buildings, having stopped all production and sale of local companies.
Marina, Sasha and their son Vania live in Berdsk, ‘a real Russian town’, 30 km south of Novosibirsk, close to the Ob-sea, close to the ‘Datsha’s’ of the city and old people. Last night I was introduced with the Russian ‘bannia’ or sauna, indescribable but wonderful, followed by a lot of vodka (it is a rule to eat something after a shot of vodka, meat, cheese, cucumber, otherwise you get drunk (too fast)) and Russian songs.
Tomorrow starts university or more importantly, Russian language classes, can’t wait.

Monday, June 23, 2008

Carozzo 6, Posto 36

Carozzo 6, posto 36
Het is warm, minstens 30 graden buiten en zodra ik de trein in ben geklommen merk als snel dat het binnen niet veel kouder kan zijn.
Wagon 6, plaatsnummer 36.
Iedere keer weer een gezoek, een geworstel en gevecht langs en over alle tassen en mensen die in het gangpad staan en zitten.
Aangekomen bij mijn coupe zie ik mijn plaats bezet en vraag of het klopt dat ik nummer 36 heb. Ja, maar als ik het oké vind kan ik op nummer 30 gaan zitten, schuin tegenover, mevrouw moet namelijk haar nagels lakken. Er staat een enorme tas in de deuropening en moet vragen of ik mag binnen komen. Mijn ene tas gooi ik op het rek, de andere moet ik nog uitpakken met alle ogen op me gericht. Ik haal mijn computer eruit, papieren en probeer me te installeren, duidelijk ongewenst in de coupé en zelf had ik misschien ook wel een lege coupé gehoopt, of iedere geval eentje met airconditioning. Niets aan te doen, nog maar 5,5 uur te gaan….
Links van me zit een stevige mama, commentaar leverend op van alles en meekijkend terwijl mijn beeldscherm langzaam wakker wordt. Rechts van me zit een meisje/vrouw, zonnebril op en luide muziek, ik kan makkelijk meegenieten van Nelly Furtado (help hoe zullen haar oren zijn over 20 jaren?), de tas die ons de uitgang belemmerd is van haar. Tegenover me zit een politieman in opleiding, met aan de ene kant een jong meisje in een kanariegeel topje, nagellakend, aan de andere kant een lange studente die uitgezakt een boek zit te lezen.
Ik probeer mijn aantekeningen over te tikken, maar de computer maakt me nog warmer, ik tik heftig door en pak dan mijn computer weer in. Volgende project, een brief schrijven. Ondertussen wisselen de mama en ik wat woorden, de politieman blijkt haar zoon te zijn en verdwijnt met het nagellak meisje, zijn vriendinnetje. De studente pakt op een gegeven moment haar sigaretten, we rijden hard en rechts van me vraagt waar ze gaat roken, ‘op het toilet?’ “Si” ‘Dan ga ik ook mee’, antwoordt de tweede. Een vriendschap is geboren…
Mama en ik blijven achter en het wordt direct koeler. De tas wordt nog prompt in de deur opening achter gelaten…waarom zou iemand die ook nog eens mee willen zeulen, naast een andere enorme koffer die de meeste Italianen met zich meebrengen als ze op pad gaan (ook al is het maar voor een lang weekend)?
Ik schrijf rustig verder en praat af en toe met mama rechts van me, ook zie ik de zee en het strand aan me voorbij gaan en wens daar te liggen in plaats van in de benauwde en warme treincoupé. Mama is niet gecharmeerd van het meisje/vrouw rechts van me, maar ja, we zitten met elkaar opgescheept.
De studente en het meisje/vrouw komen pratend terug van het toilet, verhalen over Bologna, werk en studie worden uitgewisseld, met de nodige stiltes.
Af en toe gooi ik er ook een commentaar uit, (als het gaat over het weer, het Italiaanse eten of de toestand in de trein) ondertussen ben ik aan mijn 3e project begonnen, Russische vertaling. Niemand vraagt me waar ik vandaan kom, tot op een gegeven moment de politie man (Antonio) en zijn vriendin (Clarissa) weer de hort op zijn en we alle vier verhalen uitwisselen, snoepjes worden uitgedeeld, en mama heeft alles en iedereen door en in de gaten. Bij de volgende rookpauze verdwijnt de grote tas toch naar de gang. Kunnen we dus weer veilig de trein uitvluchten, mocht het nodig zijn.
Het koppel blijft lang weg, het gesprek gaat naar hen en hun relatie, mama vertelt uitgebreid hoe ze elkaar hebben ontmoet en hoe oud ze zijn, Clarissa blijkt 21 te zijn, terwijl Antonio al 30 is. Ze zijn al een jaar of 6 samen. Zij wil wel trouwen, maar hij nog niet. Mama denkt niet dat haar zoon klaar is voor een huwelijk, ze lijkt ook nog niet echt te snakken naar kleinkinderen. Wij jongere ‘dames’ blijken alle drie nog single en delen de bekwaamheid van ons singleleven. Rechts van me is lerares op een Duitse school in het Noorden, de studente studeert Grieks en Latijn.
De studente rookt heel veel, soms begrijp ik echt niet waarom mensen ervoor kiezen zoiets als roken hun lichaam toe te willen doen. Ik probeer haar uit te leggen dat het nooit in me op zou komen mijn lichaam zo te behandelen, bovendien kan je ervoor kiezen niet te roken, hoe slecht deze wereld ook is en alles wat we eten of inademen… maar nee, ze heeft ook geen ouders die het haar afraden, in tegendeel, dus ja, wat doe je dan….
De lerares rookt af en toe, niet al te veel, en wil geen mensen tot last zijn. Ze blijkt minder a-sociaal dan ze aanvankelijk leek. Italiaanse, ja, maar wel met karakter. Wacht ook op ‘mister right’ en ‘real love’, tot die tijd doet ze haar ding, en zegt zich daar goed bij te voelen. Ze praat rustig en articuleert goed. Van meisje/vrouw wordt een 30-jarige lerares met, volgens haar 6 kilo te veel. Want zolang het toekomstige echtpaar wegblijft (de lerares gelooft overigens niet dat Antonio met Clarissa zal trouwen), gaan de gesprekken ook naar leeftijd en gewicht. Mama blijkt 62 te zijn, zou je haar niet geven, ondanks enig overgewicht. Ze somt de gebeurtenissen van de afgelopen dagen op, de uren slaap die ze heeft gehad. Ze steunt me in mijn antirook campagne.
Op een gegeven moment worden ook de weetjes uit de roddelbladeren uitgewisseld, ik keer weer terug naar mijn Russisch. Ondertussen raast de trein verder en word ik twee keer gebeld door Stefano waar ik naar op weg ben, “waar ben je?” “bel me als je de trein uitkomt dan leg ik je uit waar de bus staat.” Reizen is en blijft een enorme stressfactor voor de meeste Italianen. Ook wanneer het paar terugkeert gaan de gesprekken door, maar ze mengen zich niet. Zouden ze weten dat alleen zij namen kregen tijdens de afgelopen 5 uren?
De lerares stapt het station uit voor de mijne en uit haar genoegen over de treinreis, mama antwoordt niet. Ik ben de lerares gaan mogen in de loop van de uren, ik geloof niet dat mama snel van gedachten verandert. We praten niet meer over de lerares. Ik krijg tien minuten later een glimlach en een ‘Buona fortuna’. Zelfs Clarissa strijkt even over mijn arm. Buiten vind ik zonder moeite de bus naar Potenza. (Stefano, zo moelijk was het niet!)
Zo’n reis maak je niet zo snel mee in Nederland, een reis waarin onbekenden toch een beetje bekenden worden, maar dan zonder namen.

Saturday, May 10, 2008

Ciao!

Ciao! Op dit moment zit ik in de CityNightline van Amsterdam naar Milaan, in een sleeperette, een stoel die je redelijk ver naar achter kan zetten. Een uur geleden werd ik samen met een andere treinreizigster een slaapcoupe uitgezet. Deze hadden we bewoond vanaf Amsterdam, de trein is vrijwel verlaten en enkel daar vond ik een stopcontact voor mijn computer. De eerste controleur liet ons zitten, onder voorwaarde dat we bij Frankfurt zouden verhuizen, zijn collega (of baas of ik weet niet wat hij zei) kwam ons zenuwachtig vertellen dat we er echt niet mochten zitten, en hij zag er ook niet uit alsof met hem te onderhandelen viel, had eerder nog hoopvol liggen denken dat we wellicht een andere slaapcouchette zouden kunnen bezetten vanaf Frankfurt. Helaas, en nu eigenlijk veel beter zo, het stopcontact in de coupe gaf toch al geen stroom meer en ik zit eigenlijk wel goed hier.Over een kleine 10 uur arriveren we in Milaan. De stad van de mode?! Behalve het station heb ik er nog weinig van gezien, en ergens trekt het me niet zo. De Italianen zelf zijn er ook niet zo laaiend over. De mensen zijn er gestrest en onaardig, de stad is vervuild en druk, kortom overal beter dan Milaan als ik het mag begrijpen. Nu ben ik nog maar weinig of geen Milanesen tegengekomen die het tegendeel hebben kunnen beweren, dus ook morgen passeer ik Milaan gewoon weer. Dit keer gelukkig in een trein en niet in een auto. Nog nooit heb ik iets meegemaakt zoals vorige week in de auto bij Milaan. We kwamen letterlijk en figuurlijk in een trechtersituatie terecht. Zie een peage voor je met 20 loketten, uit iedere loket komt een auto, 20 auto’s moeten dus vervolgens tegelijkertijd samen op een tweebaans weg terecht komen, terwijl er al honderden auto's staan, en nog honderden achter ons aan komen. Onmogelijk! Een ruime 20 minuten heb ik gedacht dat we helemaal vast zaten. Alleen ergens rechts voor 10 rijen verder zag je wat beweging, we hadden dus niet de meest linkse baan moeten kiezen maar de meest rechtse…Uiteindelijk, met 'duw en trek'-werk kwamen we in beweging, denkende dat er ergens wel wat gebeurd zou zijn, maar nee, een krom systeem, een overvloed aan auto’s, een dagelijks probleem. Ik even blij dat ik niet in Milaan woon.Ik kan nog heel wat schrijven over het rijgedrag van ‘de Italianen’ maar daarover een andere keer meer.Na vier zonnige en lekkere dagen in Nederland ga ik weer terug naar Forli, waar het volgens de weersvoorspellingen helemaal niet zoveel mooier wordt dan in Nederland deze week. Een geruststellende gedachte voor de ‘thuisblijvers’?Ergens biedt de zon in Forli (die zeker niet iedere dag heeft geschenen), toch wel weer steeds dat beetje vakantiegevoel, tegelijkertijd zijn er zoveel momenten geweest waarin ik voor mijn gevoel overal had kunnen zitten, en niet perse in ‘la bella Italia’.Over een kleine twee maanden zit mijn verblijf hier er al weer op en de afgelopen acht maanden zijn voorbijgevlogen. Misschien komt nu, door de voorbereidingen voor mijn vertrek naar Novosibirsk, het besef dat ik hier bijna weg ga, en dat dit ‘Italiaanse’ leven nooit meer terugkomt.Mijn afscheid begint met deze treinreis, het aftellen is al een maand geleden begonnen samen met het uitkijken naar de volgende uitdaging, een half jaar aan de universiteit van Novosibirsk, ergens in Siberië, Rusland.Er word me regelmatig gevraagd of ik al Russisch spreek, en hoewel ik al sinds half oktober lessen volg, bak ik nog helemaal niets van die taal. Ik moet er heen, moet er leven, moet het horen en voelen, net als met het Italiaans. ‘Ciao!’ zegt men zowel bij binnenkomen als bij weggaan…Dus bij deze: Ciao! Tot snel!Eva