Carozzo 6, posto 36
Het is warm, minstens 30 graden buiten en zodra ik de trein in ben geklommen merk als snel dat het binnen niet veel kouder kan zijn.
Wagon 6, plaatsnummer 36.
Iedere keer weer een gezoek, een geworstel en gevecht langs en over alle tassen en mensen die in het gangpad staan en zitten.
Aangekomen bij mijn coupe zie ik mijn plaats bezet en vraag of het klopt dat ik nummer 36 heb. Ja, maar als ik het oké vind kan ik op nummer 30 gaan zitten, schuin tegenover, mevrouw moet namelijk haar nagels lakken. Er staat een enorme tas in de deuropening en moet vragen of ik mag binnen komen. Mijn ene tas gooi ik op het rek, de andere moet ik nog uitpakken met alle ogen op me gericht. Ik haal mijn computer eruit, papieren en probeer me te installeren, duidelijk ongewenst in de coupé en zelf had ik misschien ook wel een lege coupé gehoopt, of iedere geval eentje met airconditioning. Niets aan te doen, nog maar 5,5 uur te gaan….
Links van me zit een stevige mama, commentaar leverend op van alles en meekijkend terwijl mijn beeldscherm langzaam wakker wordt. Rechts van me zit een meisje/vrouw, zonnebril op en luide muziek, ik kan makkelijk meegenieten van Nelly Furtado (help hoe zullen haar oren zijn over 20 jaren?), de tas die ons de uitgang belemmerd is van haar. Tegenover me zit een politieman in opleiding, met aan de ene kant een jong meisje in een kanariegeel topje, nagellakend, aan de andere kant een lange studente die uitgezakt een boek zit te lezen.
Ik probeer mijn aantekeningen over te tikken, maar de computer maakt me nog warmer, ik tik heftig door en pak dan mijn computer weer in. Volgende project, een brief schrijven. Ondertussen wisselen de mama en ik wat woorden, de politieman blijkt haar zoon te zijn en verdwijnt met het nagellak meisje, zijn vriendinnetje. De studente pakt op een gegeven moment haar sigaretten, we rijden hard en rechts van me vraagt waar ze gaat roken, ‘op het toilet?’ “Si” ‘Dan ga ik ook mee’, antwoordt de tweede. Een vriendschap is geboren…
Mama en ik blijven achter en het wordt direct koeler. De tas wordt nog prompt in de deur opening achter gelaten…waarom zou iemand die ook nog eens mee willen zeulen, naast een andere enorme koffer die de meeste Italianen met zich meebrengen als ze op pad gaan (ook al is het maar voor een lang weekend)?
Ik schrijf rustig verder en praat af en toe met mama rechts van me, ook zie ik de zee en het strand aan me voorbij gaan en wens daar te liggen in plaats van in de benauwde en warme treincoupé. Mama is niet gecharmeerd van het meisje/vrouw rechts van me, maar ja, we zitten met elkaar opgescheept.
De studente en het meisje/vrouw komen pratend terug van het toilet, verhalen over Bologna, werk en studie worden uitgewisseld, met de nodige stiltes.
Af en toe gooi ik er ook een commentaar uit, (als het gaat over het weer, het Italiaanse eten of de toestand in de trein) ondertussen ben ik aan mijn 3e project begonnen, Russische vertaling. Niemand vraagt me waar ik vandaan kom, tot op een gegeven moment de politie man (Antonio) en zijn vriendin (Clarissa) weer de hort op zijn en we alle vier verhalen uitwisselen, snoepjes worden uitgedeeld, en mama heeft alles en iedereen door en in de gaten. Bij de volgende rookpauze verdwijnt de grote tas toch naar de gang. Kunnen we dus weer veilig de trein uitvluchten, mocht het nodig zijn.
Het koppel blijft lang weg, het gesprek gaat naar hen en hun relatie, mama vertelt uitgebreid hoe ze elkaar hebben ontmoet en hoe oud ze zijn, Clarissa blijkt 21 te zijn, terwijl Antonio al 30 is. Ze zijn al een jaar of 6 samen. Zij wil wel trouwen, maar hij nog niet. Mama denkt niet dat haar zoon klaar is voor een huwelijk, ze lijkt ook nog niet echt te snakken naar kleinkinderen. Wij jongere ‘dames’ blijken alle drie nog single en delen de bekwaamheid van ons singleleven. Rechts van me is lerares op een Duitse school in het Noorden, de studente studeert Grieks en Latijn.
De studente rookt heel veel, soms begrijp ik echt niet waarom mensen ervoor kiezen zoiets als roken hun lichaam toe te willen doen. Ik probeer haar uit te leggen dat het nooit in me op zou komen mijn lichaam zo te behandelen, bovendien kan je ervoor kiezen niet te roken, hoe slecht deze wereld ook is en alles wat we eten of inademen… maar nee, ze heeft ook geen ouders die het haar afraden, in tegendeel, dus ja, wat doe je dan….
De lerares rookt af en toe, niet al te veel, en wil geen mensen tot last zijn. Ze blijkt minder a-sociaal dan ze aanvankelijk leek. Italiaanse, ja, maar wel met karakter. Wacht ook op ‘mister right’ en ‘real love’, tot die tijd doet ze haar ding, en zegt zich daar goed bij te voelen. Ze praat rustig en articuleert goed. Van meisje/vrouw wordt een 30-jarige lerares met, volgens haar 6 kilo te veel. Want zolang het toekomstige echtpaar wegblijft (de lerares gelooft overigens niet dat Antonio met Clarissa zal trouwen), gaan de gesprekken ook naar leeftijd en gewicht. Mama blijkt 62 te zijn, zou je haar niet geven, ondanks enig overgewicht. Ze somt de gebeurtenissen van de afgelopen dagen op, de uren slaap die ze heeft gehad. Ze steunt me in mijn antirook campagne.
Op een gegeven moment worden ook de weetjes uit de roddelbladeren uitgewisseld, ik keer weer terug naar mijn Russisch. Ondertussen raast de trein verder en word ik twee keer gebeld door Stefano waar ik naar op weg ben, “waar ben je?” “bel me als je de trein uitkomt dan leg ik je uit waar de bus staat.” Reizen is en blijft een enorme stressfactor voor de meeste Italianen. Ook wanneer het paar terugkeert gaan de gesprekken door, maar ze mengen zich niet. Zouden ze weten dat alleen zij namen kregen tijdens de afgelopen 5 uren?
De lerares stapt het station uit voor de mijne en uit haar genoegen over de treinreis, mama antwoordt niet. Ik ben de lerares gaan mogen in de loop van de uren, ik geloof niet dat mama snel van gedachten verandert. We praten niet meer over de lerares. Ik krijg tien minuten later een glimlach en een ‘Buona fortuna’. Zelfs Clarissa strijkt even over mijn arm. Buiten vind ik zonder moeite de bus naar Potenza. (Stefano, zo moelijk was het niet!)
Zo’n reis maak je niet zo snel mee in Nederland, een reis waarin onbekenden toch een beetje bekenden worden, maar dan zonder namen.